Thema’s

Thema's binnen Jongens in Balans

Bij veel jongens en mannen treden elementen naar voren als: moed, kracht, nieuwsgierigheid en drang naar autonomie en verantwoordelijkheid. Die pakken natuurlijk bij ieder weer anders uit. Fysiek, mentaal en sociaal staan zij vaak ánders in de wereld.
Thema’s die binnen JIB een grote rol spelen zijn:
  1. Identiteit ontwikkeling
  2. Reflecterend vermogen en taal
  3. Persoonlijke ontwikkeling.
  4. Fysieke bewustwording
  5. Samenwerking

1. Identiteit ontwikkeling

Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Wat kan ik? Wat doe ik in deze wereld?
Bestaande codes van hoe je als man moet zijn beperken jongens in hun ontwikkeling. Ieder kind vult zijn/haar eigen identiteit in: gender (hetero, homo, trans, inter, bi, queer of non-binair) maar ook opleiding, werk, interesses, muzieksmaak en nog veel meer. Hij/zij heeft daar het volste recht op en verdient daarin ondersteuning. Teveel nadruk op de eigen identiteit, zeker als die zwaar is bevochten, kán echter ook leiden tot opsluiting in een eigen groep, en uitsluiting van anderen. Het effect is polarisatie.
Identiteit en solidariteit met de eigen groep enerzijds en anderzijds samenwerking, tolerantie en solidariteit met anderen zijn twee kanten van dezelfde medaille: wij vormen samen deze wereld en hebben elkaar nodig.

2. Reflecterend vermogen en taal

Reflectie over wie je bent, wat je doet, wat je kunt en wat de gevolgen van je daden zijn gebeurt voor een groot deel via taal. Zowel inner speech en zeker ook via communicatie met anderen. Door iets, een emotie, een gevoel, onder woorden te brengen geef je ook structuur aan je gedachten en wordt je duidelijk voor anderen.
Nu verloopt de taalontwikkeling van jongens meestal langzamer en via een andere weg dan bij meisjes. Met als gevolg kortere zinnen; onder druk worden zij soms ongenuanceerd, vaak defensief of grof uit verlegenheid. Zij leren vooral door doen, trial-and-error. Zij leren het meest van fouten, maar moeten vaak verbaal verantwoorden van wat zij doen, al voordat zij daar de woorden voor hebben. Dat maakt hen schichtig: ‘alles wat je zegt kan tegen je worden gebruikt’ en dan trekken zij zich terug of worden (soms fysiek) agressief. Zie je bij meisjes een vooral verbaal-emotionele ontwikkeling, bij jongens ligt de nadruk wat meer op fysiek-emotionele ontwikkeling.

3. Persoonlijke ontwikkeling

Wij spreken jongens aan op hun mogelijkheden. Benadruk wat zij al wel kunnen, krijg met hen zicht op wat zij nog niet kunnen. Soms moet je hen ook begrenzen of leiden bij hun overmoed en riskante gedrag. Ondersteun vooral in wat zij nog nét niet kunnen. Vooruitgang dáárin maakt hen trots op zichzelf en doet hen degene vertrouwen die hen daarbij helpt. En dát vertrouwen heb je hard nodig als je hen moet afremmen, begrenzen of corrigeren.

4. Fysieke bewustwording

Bij veel jongens ligt meer nadruk op fysiek-emotionele ontwikkeling. Je lichaam ben je zelf, vandaaruit reageer je op de wereld. Je lijf liegt niet als je het kent en goed onderhoudt. Fysiek zelfbewustzijn, kennen van je kracht, herkennen van de signalen van stress, woede of verdriet vormen een belangrijke weg naar zelfmanagement, ontwikkeling van je talenten, van relaties en van verdere zingeving. (Dat geldt natuurlijk zoals zoveel hierboven ook voor meisjes. Het kan geen kwaad dit bij jongens extra te benadrukken omdat zij vaak nog niet over de taal beschikken om zich goed uit te drukken en te doen gelden.)

5. Samenwerking

Ieder heeft zijn eigen sterke en zwakke punten. Samen vul je elkaar aan, en sta je sterk t.o. hen die je uitbuiten of willen overheersen. In een soms uiteenvallende en polariserende wereld wordt samenwerking en onderlinge steun en solidariteit steeds belangrijker t.o. de machten die mensen uit elkaar drijven en/of slechts als doelwit op markten zien. Wij hebben elkaar nodig voor de uitdagingen die voor ons staan.